verslag tt 2008

40-jarig bestaan

 

De Sluiskilse Vogelvrienden

Achter de schermen werd er weer al keihard gewerkt! Het was oktober en de tentoonstelling naderde veel te vlug. Zoals altijd vergde het ophalen en opmaken van de verschillende advertenties voor de brochure veel te veel tijd. Toch moest het gebeuren! De datum van de tentoonstelling naderde dan ook veel te snel. Op alle fronten werd het een race tegen de klok, maar zoals altijd kwam alles weer piekfijn in orde. Woensdag 29 oktober werden de vele vogels van allerlei pluimage door de kwekers ingeleverd en donderdag togen de keurmeesters aan de slag. Zoals altijd was het een moeilijke bevalling en een intens en tijdrovend karwei.

In de zaal zelf bleef het nog even rustig. De vogels konden wennen aan hun nieuwe standplaats en af en toe verdwenen er wat kooien die de keurmeesters voorgezet kregen. Links in de zaal was alles al in gereedheid gebracht voor de tentoonstelling van de komende dagen. Op het podium en aan de rechterkant van de zaal moest nog van alles gebeuren. Daar hadden het bestuur en de technische commissie nog een dag de tijd voor. Dan zou het spektakel losbarsten.

De laatste lootjes en de jeugd

 

In alle vroegte begonnen de vele vrijwilligers – twintig in totaal! – aan de allerlaatste karweitjes. Allereerst werden natuurlijk de ingezonden vogels verzorgd. Zorgvuldig werden de juiste vogel van het juiste voer voorzien en werd het water in al de kooien vervangen. Enkele bestuursleden liepen met een catalogus in de hand alle kooien langs om te controleren of de opschriften van - vooral - de kampioenen goed waren aangebracht.

Tegen het eind van de morgen kregen de kleinste Sluiskillenaartjes een rondgang langs de diverse kooien, hun ogen uitkijkend. Na de middag was het de beurt zijn aan de drie Sluiskilse basisscholen, ware het niet dat één meester het was vergeten. Twee aan twee naast elkaar lopend, vertrokken de jongste groepen vanaf de scholen naar welzijnscentrum Het Meulengat. Ze werden opgevangen door het bestuur van de Sluiskilse Vogelvrienden en daarna aan secretaris Tonny van Vlaenderen afgeleverd. Die liep met de belangstellende jeugd de verschillende kooien langs en wist de kinderen als een volleerd onderwijzer op een geweldige manier te boeien. Zodanig zelfs dat menigeen de gedachte kreeg dat hij z’n roeping had mislopen.

Het voorspel

 

En dan was het zover! Vrijdagavond 31 oktober rond de klok van half zeven kwamen de eerste genodigden en vogelliefhebbers Het Meulengat binnen. Het waren vaste bezoekers want ze liepen tegelijk naar de bar om wat te bestellen. Het bestuur was in geen velden of wegen te zien. Wel Johnny van Bergakker, die allerlei soorten broedkooien, broedklompen, kippengrit, allerlei vogelzaden en een aantal nieuwe en tweedehands boeken had uitgestald op een lange tafel. Er tegenover had hij een drietal kooien staan met roodkop papegaai amandines. Buitengewoon mooie, sterke, levendige en verdraagzame vogels, die redelijk gemakkelijk kunnen worden gefokt. Even voor de stand van Johnny Bergakker stond de microfoon gereed. Eenzaam.

 

Intussen was ook Cor van Zuilekom samen met z’n vrouw binnengekomen. Hij zocht een plaatsje achter een van de sta-tafels met zicht op de microfoon. Klaar dus om met volle teugen van de opening en de vele toespraken te kunnen genieten. We raakten aan de praat en als eerste vertelde hij vol trots dat z’n kleindochter Hanneke het op haar vervolgopleiding geweldig naar de zin had en goede resultaten boekte. Daarna ging het gesprek automatisch over op de kweekresultaten.

 

Tegen de klok van zevenen werd het wat drukker. Een aantal ondernemers kwam handenwrijvend binnen, gevolgd door wethouder Co van Schaik. Alsof het bestuur het geroken had, ging de deur van de grote zaal op een kier open en het hoofd van Tonny van Vlaanderen werd zichtbaar. Toen hij de wethouder ontwaarde, kwam hij helemaal tevoorschijn, gestoken in een prachtig pak en compleet met een witte stropdas met de afbeelding van de Sluiskilse Vogelvrienden erop. Hij wenkte Co van Schaik, die zich dat geen tweede keer liet zeggen en ook achter de gesloten deuren verdween. Of hij vooraf wist waarom hij even terzijde werd geroepen, vraag ik me af. Hij zal er geen spijt van hebben gehad, want het bestuur heeft al jaren de gewoonte om vlak voor de opening samen te klinken op de goede samenwerking en te toasten op een goede tentoonstelling. Even later stond Co dan ook met een cognacje in z’n handen. Het moet geweldig gezellig geweest zijn in de grote zaal, want pas om vijf over zeven kwam het bestuur tevoorschijn. De dames met enigszins rode kaken en de heren ietwat onwennig op de benen.

De opening

 

 

Voorzitter Hans van der Linden liep, na eerst wat rondgekeken te hebben, naar de microfoon, zette hem op de goede hoogte en probeerde even of er geluid uit kwam: “Oké, goeie avond.” Na iedereen welkom te hebben geheten, constateerde hij dat er in die veertig achterliggende jaren veel was gebeurd. Hij greep terug naar het verleden en moest even kwijt hoe hij zich de eerste keer voelde toen hij – als kersverse voorzitter – voor de allereerste keer een tentoonstelling moest openen. “Ik weet het nog goed. Ik had al dagen van tevoren m’n zenuwen niet meer onder controle en had heel m’n speech precies op papier staan. Op de achterkant van het papier had ik een grote parkiet geplaatst, zodat het geheel er aantoonbaar uit zag. Ik wilde beginnen en op dat moment viel het papier van de zenuwen uit m’n handen. Het zeilde sierlijk van links naar rechts en kwam even later een eindje verder op de grond te liggen. Ik schaamde me geweldig en wist het even niet meer. Ik had echter geluk dat Hayo Dallinga achter me stond. Hij raapte het papier op, overhandigde het me en zei fluisterend:‘Hans, je kunt het!’ Kijk! Dat moment vergeet ik nooit meer! Die steun had ik op dat moment nodig! Zo genieten we overigens nog steeds van de steun van de familie Dallinga, ook al zijn we generaties verder.” Hij haalde nog even aan dat er ook veertig catalogi waren uitgebracht met “daarin veel bedrijven en kwekers van het eerste uur.”

Het zijn even z’n laatste woorden. Het geluid van de in de grote zaal aanwezige vogels dringt tot in de foyer door. Zodanig zelfs dat Hans niet overal even goed te verstaan is. Het bestuur krijgt een seintje en er vlucht iemand naar de in zaal B staande geluidskast. De stilte duurt veel te lang. Tenminste volgens Hans. Die besluit dan toch maar door te gaan. Hij kijkt even opzij van hem en vindt dat het moment gekomen is om iemand in de bloemetjes te zetten. “Dan is het nu tijd voor Michel Cousin, onze Fransman. Hij is vijftig jaar lid van de bond en al veertig jaar nauw betrokken bij onze vereniging. Hij is niet meer weg te denken uit het bestuur. Hij kan alles en heeft nog altijd diezelfde humor. Het is een wereldmens. Proficiat!“ Hans doet een paar stappen achteruit en pakt een fles wijn van de tafel. Hij loopt met de fles in z’n handen weer de microfoon toe en zegt : “Kijk Michel. Iedereen weet dat jij een echte wijnkenner bent. Hier in het bestuur heeft er verder niemand verstand van. Vandaar dat ik je vanmorgen vroeg of je eens om drie flessen goede wijn wilde gaan. Niet van dat goedkope spul, maar echt een goede fles wijn. Nou, hierbij krijg jij een van die drie flessen. Mocht hij niet lekker zijn, dan ligt dat niet aan ons…..”

Als districtsvoorzitter Dirk Verburg uit Waarde de microfoon pakt, maakt hij allereerst van de gelegenheid gebruik om de Sluiskilse Vogelvrienden te feliciteren met het behaalde veertigjarig jubileum. Nadat hij Hans een cadeaubon en een geldelijke bijdrage heeft overhandigd, richt hij zich tot Michel. Hij heeft z’n huiswerk goed gedaan, want hij weet dat Michel ruim vijftig jaar geleden naar Sluiskil is gekomen om op de (in Franse handen zijnde) cokesfabriek te komen werken. “Je bent eigenlijk tegelijk vogels gaan houden en omdat Sluiskil nog geen eigen vereniging had, ben je lid geworden in Sas van Gent. Omdat er bij jou op de cokesfabriek redelijk wat Sluiskillenaren vogels hielden, heb jij actief meegedacht bij het oprichten van een Sluiskilse vogelvereniging. Later heb je Sas van Gent verruild voor Sluiskil en weer even later had je al een bestuursfunctie aangenomen. Al die tijd was je materiaalman. Op vogelgebied was je vooruitstrevend. Je probeerde al in de beginjaren al vogels af te richten met behulp van rustige muziek en een spiegeltje. Je was pionier op dat gebied. Ik vind het dan ook een hele waardering dat ik je mag huldigen. Speldjes heb je al. Er zit er zelfs één op je revers.”Dirk Verburg grijpt in z’n zak en haalt er een redelijk groot zwart doosje uit. “Kijk, Michel, hierbij overhandig ik je graag een zware gegraveerde medaille. Proficiat!”

 

Dirk Verburg doet een paar stappen achteruit en maakt plaats voor Co van Schaik. De wethouder is dus niet voor niets volgegoten met cognac. Hij moet daar ook wat voor doen! “Ja, Vogelvrienden, ik sta hier namens het gemeentebestuur. Maar wel met lege handen, want ik heb er de gemeentelijke regels eens op nagelezen en daarin staan alleen jubilea van tien, vijfentwintig en vijftig jaar vermeld. En daar sta je dan! Veertig jaar is toch niet niks? Ik kan dus bij deze alleen de felicitaties overbrengen, maar daar heb je als bestuur niet zo veel aan………….” Hij kijkt het bestuur wat mistroostig aan en zegt dan toch nog het geluk te hebben dat hij anderen wel wat kan geven. “Kijk Michel, ook al weet jij dat niet, toch hebben wij een band. Wij komen beiden uit Sluiskil. Toen ik zo’n ventje van een jaar of negen was, heb ik je vaak naar de fabriek zien lopen. Ik ben blij dat ik voor jou wel iets mee heb kunnen brengen want tenslotte ben jij vijftig jaar lid van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers. Bij deze wil ik je een medaille omhangen, speciaal voor jou gegraveerd!”. Hij grijpt in z’n binnenzak en haalt daar een prachtig tweekleurig lint uit met daaraan een gouden medaille. Michel houdt z’n hoofd een beetje schuin omlaag en toont even later trots zijn onderscheiding…..

Intussen heeft Co de microfoon weer gepakt en richt zich tot het enige aanwezige jeugdlid Melvin Visser. “In de gemeente Terneuzen zijn we bezig om jonge mensen te betrekken bij het verenigingsleven. Jij bent hier jeugdlid, dus jij bent de toekomst. Dat moeten we koesteren. Jij krijgt van de gemeente dan ook een cadeaubon. Vertel tegen iedereen dat het hartstikke leuk is, dan volgen er meer!”

 

Co knikt eens naar Hans ten teken dat hij klaar is met het uitreiken van al zijn prijzen. De voorzitter sprint naar voren, want ook hij heeft door dat het – ondanks de hilariteit die af en toe overheerst – toch tijd wordt dat het officiële gedeelte wordt afgesloten. “Wies, Nelly, Meerten, Corrie? Mag ik de familie Dallinga naar voren hebben? Tenslotte zijn we daar nu veertig jaar te gast. Eerst in zaal Dallinga en de laatste jaren in Het Meulengat.” Hij kijkt eens rond en ziet dat ook Marina en Pascal aanwezig zijn. “Dames, jullie wil ik er ook graag bij. Is er nog iemand van de familie Dallinga?” In de drukte aan de bar komt wat beweging. De genodigden doen om toerbeurt een stap opzij alsof ze de wave aan het doen zijn. En dan verschijnt daar de oudste dochter van Pascal ten tonele: Amarige. “Kom er maar bij, meid. Jij bent de vierde generatie Dallinga waar het bestuur van de Sluiskilse Vogelvrienden mee te maken krijgt.”

Nadat alle Dallinga-dames een bloemetje hebben gekregen en de heren hebben mogen toekijken, pakt Hans een schaar in z’n handen. Er gaat een zucht van verlichting door de zaal! Het grote moment schijnt aangebroken te zijn! “Dames en heren, wie kan er anders de tentoonstelling openen dan onze belangrijkste man van vandaag! Michel, mag ik jou vragen het lint door te knippen?” Terwijl Michel als een volleert artiest de show steelt, glimlachend de zaal inkijkt en de schaar tegen het lint houdt, genietend van de vele foto’s die plotsklaps worden gemaakt, moet voorzitter Hans nog even fijntjes kwijt: “Knip niet in je rug hè?” Michel doet alsof hij het niet hoort en maakt het karwei af. Het lint valt aan twee zijden op de grond, hij steekt de schaar in z’n binnenzak en hij loopt als eerste naar de deur van de grote zaal en zet hem open.

Het gebaar dat hij naar de kwekers maakte, was ogenschijnlijk overbodig. Massaal stormen ze de zaal in, op zoek naar een catalogus en de door hen behaalde resultaten. Het blijft lang druk rondom de kooien en de verschillende soorten ingezonden vogels. Niet alleen de kweker geniet daarvan. Ook de leek raakt niet uitgekeken op de pracht en praal en de variëteit aan vogels. Cor van Zuilekom staat toevallig in de buurt van zijn driekleurenglansspreeuwen als hij ziet dat daar vrij veel belangstelling voor is. “Ga maar eens een stap opzij. Als het licht erop schijnt, zijn ze nog mooier!”En dan – wijzend naar de Japanse nachtegaal die in de kooi ernaast zit: “Na de tentoonstelling ga ik een koppel spreeuwen ruilen voor een koppel Japanse nachtegalen. Die zijn amper nog in de handel verkrijgbaar en peperduur. Met m’n spreeuwen heb ik goed gekweekt. Ik heb een koppel van twaalf jaar oud en die heb ik af moeten remmen. Die hebben dit jaar negen jongen grootgebracht en die bleven maar nestelen.” Ik loop even met Cor op want ik weet dat hij ook goudvinken heeft gekweekt. Hij had een slecht jaar, want zijn vier koppels hebben slechts drie jongen grootgebracht. Een dieptepunt wat het aantal jongen betreft, maar een hoogtepunt aan prijzen. Twee van de drie goudvinken hebben het predicaat ‘kampioen’ opgespeld gekregen. Bij zijn goudvinken aangekomen, wijst hij de winnende pop aan: “Kijk, deze heeft hier op Sluiskil 92 punten behaald en is kampioen. Een paar weken terug kreeg dezelfde vogel slechts 89 punten. Nou kan natuurlijk de conditie een rol spelen, maar een verschil van drie punten is wel erg veel. Zo zie je wat een keurmeester al dan niet voor je kan betekenen.……...”

 

Op het podium heeft Otto van Zetten enkele Grijze Roodstaarten neergezet. Rechts ervan staat het podium vol met allerlei manden met levensmiddelen. Dertig grote prijzenpakketten en tien kleinere staan in trapvorm opgesteld. Op de onderste trede staat de ‘trofee Dallinga’. Deze zal worden uitgereikt aan de kweker met de hoogst gewaardeerde eigen kweekvogel van de tentoonstelling. Voor de rijen tentoonstellingskooien staan grote ficussen. Onder de kooiengalerij staan om de meter fleurige bloemetjes. Een groot bord bij de uitgang trekt ook de nodige aandacht. Daarop hangen krantenknipsels van de afgelopen veertig jaar. Een groot artikel uit 1978 kopt ‘Een record aantal vogels in Sluiskil!’ In dat jaar waren er 1210 vogels ingezonden. Het bestuur heeft er goed aan dit artikel in het midden van het bord te hangen.

 

Intussen wordt iedereen in de gelegenheid gesteld het bestuur te feliciteren met het veertigjarig bestaan. Het schudden van de handen verloopt vrij vlot. Wat kleine meisjes lopen fier met de hapjes rond. Ze dragen zware aluminium schalen met daarop wat bitterballen, kaasbolletjes en andere lekkernijen. De schaaltjes met saus erop maken het voor de kinderen extra lastig. Het is maar goed dat de arbodienst niet voor de receptie was uitgenodigd, want dan had er zeker iemand ingegrepen……….

In de zaal blijft het druk. De kwekers zoeken elkaar op en af en toe hoor je : “Nou, ik had ze goed, maar jij zat me deze keer dwars”. Ze lachen er uiteraard om. Jubilaris Michel Cousin loopt tussen de rijen kooien door. Enkele kanaries hebben extra voer gekregen. “Ja, dat moeten dan vogels zijn van onze Jean-Pierre, want die voert altijd bij. Eens kijken – kooinummer 176 – nee, dat is een vogel van Stokkerman. Goh, dat doen er dus meer. Maar even wat anders. Heb jij de wethouder horen zeggen dat deze medaille speciaal voor mij was gegraveerd? Kijk eens goed?” Ik bekijk de gravure, maar door de lichtinval kan ik amper een letter ontdekken. Ik ga even verder staan en constateer dan dat er Sluiskilse Vogelvrieden in is gegraveerd. Ja, dat ziet zelfs een Fransman en daar hadden ze bij de gemeente misschien niet op gerekend!

 

De vrijdagavond is het verder gezellig druk, wordt er heel wat over vogels en keurmeesters gepraat en wordt er zelfs af en toe een pint gedronken. De middenstanders aan de bar hebben andere problemen. De gemeente Terneuzen heeft namelijk de ondernemers voorgesteld de toeristenbelasting vooraf te betalen in plaats van aan het eind van het seizoen.

 

Zaterdag is een dag van de komende en gaande man. Er is altijd wel iemand in Het Meulengat aanwezig, maar de mensen lopen elkaar niet van de drukte omver.

 

 

Vogelbeurs en sluitingsdag

 

 

De zondag was als vanouds anders. Die begon al om 10.00 uur met een vogelbeurs. Al bij aanvang was het vogelachtig druk. Het parkeerterrein stond bomvol. Ook de Elisabethlaan zelf was aan de linkerzijde gebruikt als parkeerterrein en de grasstroken waren door de geparkeerde auto’s aan het zicht onttrokken. Een tiental fietsen aan de ingang liet zien dat er ook nog sportievelingen bestonden. Buiten de automatische deuren stond een man of acht te roken. Ik ging Het Meulengat binnen. Links van de ingang stond een stapel prachtige kooien. Ze bleken van Raymond de Vos uit Ertvelde te zijn. Raymond is één van de Belgische topkwekers, die in Sluiskil altijd aanwezig is. Rechts van de ingang had hij al zijn wildzang uitgestald. Noorse goudvinken, putters en barmsijsjes had hij altijd wel in de aanbieding. Nu stond daar echter ook een opaal botvink tussen. Een prachtige vogel, die ontzettend veel bekijks had. “Ik heb ook nog witte en blauwe lijsters gekweekt, maar die heb ik deze keer thuis gelaten. M’n kweek met de witte spreeuwen was ook redelijk succesvol. Ik kreeg er dertien op stok. Ik heb er geen een meer. Ze zijn allemaal naar een restauranthouder in Retranchement gegaan. Die wil hiermee verder kweken en de tentoonstellingen af gaan. Het is hier uiteraard weer ontzettend druk, maar het zijn op het moment wat meer kijkers en wat minder kopers.” Nou kon ik me dat wel voorstellen, want de prijzen stijgen ieder jaar. Een vogel koop je niet meer zomaar even. Honderd euro of meer voor een koppel wordt steeds normaler. Intussen zie ik Willy Bracke voorbij schieten. “Ja, ik ga even naar huis. Ik loop hier van half negen. Iemand moet toch de grote zaal schoonmaken en de vogels eten en drinken geven! Dat is nou mijn taak.”

In de richting van de bar staan wat koppels kanaries en gouldamandines. Eén kooi is er leeg, dus er worden toch gelukkig nog zaken gedaan. De opkoper is ermee gestopt. Jammer, want ook daar was behoefte aan.

 

In de zaal is het tijdens de vogelbeurs vrij druk. Een aantal kwekers staat met de catalogus in de hand met elkaar te discussiëren over het aantal behaalde punten. Tussen de rijen door probeert iemand nog wat loten te slijten voor het rad van avontuur dat veelvuldig draait.

 

In de foyer gaat het spel tussen kopers en verkopers onverminderd voort. In een wirwar van kijkers hoor ik iemand zeggen: “Gij biedt altijd af!”. En het antwoord: “Ja, dat weet ge toch!”

 

Tegen half één wordt het wat rustiger. In de loop van de middag lopen wat vogelliefhebbers de zaal in. Tegen de klok van half vijf druppelen de kwekers één voor één binnen. Ze zoeken mekaar veelal op om – tussen de laatste ronden rad van avontuur door – de laatste ervaringen uit te wisselen. Intussen loopt het bestuur zenuwachtig heen en weer. Voorzitter Van der Linden is al in de buurt van het podium te vinden en z’n rechthand Tonny van Vlaenderen is daar niet ver vandaan. Dan verschijnt ook Louis Dallinga ten tonele en is het grote moment aangebroken. Hans pakt de microfoon en na de gebruikelijke voorzinnen begint de prijsuitreiking.

Elke kweker gaat wel met een levensmiddelenpakket en een muismat met het embleem van ‘De Sluiskilse Vogelvrienden’ er op terug naar zijn plaats. Nadat uiteindelijk ook de bondsmedailles zijn uitgereikt, wordt er een streep gezet onder het officiële gedeelte en de tentoonstelling en sommeert Hans iedereen de zaal te verlaten. Het bestuur kan zo in staat worden gesteld alles klaar te zetten voor het ophalen van de ingezonden vogels.

 

Even later zit her er weer op. Het bestuur heeft het weer geflikt! Tijd dus voor het afsluitende cognacje……..

 

 

Loek van Hecke